REËLLES NIEUWS

De keukendochter

“Onwillekeurig vang ik flarden van gesprekken op. Dit is toch de oudste? en Dat je dat niet eens overhebt voor de mensen die je liefdevol hebben grootgebracht, ongelooflijk gewoon en Als klein meisje deed ze al raar, maar nu is ze helemaal de kluts kwijt en Caroline heeft haar altijd vreselijk verwend.”

In ‘De keukendochter’ vertelt Jael McHenry het verhaal van Ginny, een verlegen 26-jarige wier ouders net zijn overleden. Geconfronteerd met het feit dat haar zus het ouderlijk huis – waar Ginny nog woont – wil verkopen zoekt ze haar heil in de keuken, haar veilige haven. Daar wachten haar echter enkele verrassingen die haar vertrouwde leven nog verder overhoopgooien.

Thuis
“‘Wat doe je als je je niet op je gemak voelt of ongelukkig bent?’ ‘Eten.’ ‘Dan ga je eten?’ ‘Nee, ik denk eraan. Aan de smaak en vorm van eten, of de verschillende manieren waarop je iets kunt verwerken, of het bereidingsproces zelf.’” Wanneer er iets gebeurt waardoor Ginny zich vervelend gaat voelen, sluit ze zich af van de buitenwereld om in haar hoofd na te gaan hoe bijvoorbeeld uien worden gebakken. Zo kan ze weer tot zichzelf komen. Eten is een manier om zich tegen de onbekende en onvoorspelbare buitenwereld te wapenen. Maar na de dood van haar ouders gebeurt er nog iets anders: door handgeschreven recepten te bereiden, kan Ginny de geest van de schrijver naar haar keuken halen. De eerste, haar oma, waarschuwt Ginny om ‘haar’ niet ‘te laten begaan’. Ginny meent dat ze bedoelt dat ze haar zus Amanda niet het huis van haar ouders moet laten verkopen, maar is het dat wel? In ieder geval moet Ginny er niet aan denken om ergens anders te moeten wonen; het huis is haar veel te vertrouwd. “‘Het zou mooi zijn als je op de dagen van een bezichtiging ’s ochtends iets lekkers maakte,’ zegt ze, met een korte blik omhoog naar de vertakkende sierlijsten en dan omlaag naar de hardhouten vloer. ‘Vooral dingen uit de oven doen het goed. Taarten, koekjes, brood. Mensen zijn daar gevoelig voor. Ze zien een huis dan eerder als een thuis.’ ‘Het is ook een thuis,’ zeg ik.”

Normaal
Ginny heeft het al vaak gehoord: dat ze normaal moet doen of dat ze niet normaal is. Maar wat is normaal dan? Daarvoor heeft ze haar Normaalschrift: een schrift vol knipsels uit adviesrubrieken waarin het woord ‘normaal’ voorkomt. Hierin leest ze soms om te kalmeren en zich te beseffen dat niemand echt normaal is en dat ‘normaal’ een breed begrip is dat voor iedereen anders is. Volgens haar ouders heeft Ginny gewoon ‘persoonlijkheid’. Maar voor Amanda is dat niet genoeg. Zij weet Ginny met een list naar een psychiater te sturen omdat ze meent dat haar zus Asperger heeft. Ginny zelf is het er niet mee eens dat ze in een hokje wordt gestopt, maar stelt zich hoe langer hoe meer open voor het idee. Met de zoon van de schoonmaakster besprak ze haar vreemde trekken al eens eerder: “‘Dus het gaat alleen om vreemden? Die je aanraken?’ ‘Dat ja, en nog een paar dingen.’ Ik tel op mijn vingers mee. ‘Ik houd niet van harde geluiden, van sirenes bijvoorbeeld. Daar schrik ik van. Ik heb ook moeite met ruwe stoffen. Ik knip alle labeltjes uit mijn kleren, dat doe ik al van jongs af aan, want anders voelde ik ze de hele tijd zitten en kon ik nergens anders meer aan denken omdat ze zo kriebelden. (…)’ Ik ga verder: ‘En ik zeg altijd wat ik denk en daar houden mensen ook al niet van.’ ‘Meestal niet nee.’ ‘Daarom hamerde mam voortdurend zo op de regels, dat was haar manier om ermee om te gaan, en zolang ik me aan die regels houd, is er niks aan de hand.’”

Details
Dat Ginny zich op het autistisch spectrum bevindt, zal voor veel lezers al min of meer duidelijk zijn voordat het in het boek als zodanig wordt benoemd. In het boek wordt immers op mooie wijze het innerlijke leven van Ginny beschreven. Gedetailleerd staat uitgelegd hoe zij met de wereld en mensen om zich heen omgaat en wat voor effect bepaalde dingen op haar hebben. Wanneer Ginny na de uitvaart van haar ouders met verre familie wordt geconfronteerd, denkt ze aan uien: “In gedachten laat ik uienringen in een zilverkleurig pannetje langzaam karamelliseren. De warmte die ik voel, is de hitte van het fornuis. Ik heb zou over de uien gestrooid en ze beginnen hun vorm al te verliezen. De smaak intensiveert zich. In gedachten houd ik een houten lepel in mijn hand waarmee ik straks ga roeren. ‘Ginevra, hoor je me?’ zegt de oudtante.” Ook de kookprocessen worden tot in het kleinste detail beschreven, waardoor de recepten voor de liefhebber prima na te maken zullen zijn.

Geheimen
Als Ginny meer geesten oproept en intussen helpt de spullen van haar ouders te sorteren, ontdekt ze goed weggestopte geheimen. Zo had haar vader waarschijnlijk ook Asperger en vond hij het verschrikkelijk dat hij dit had doorgegeven aan zijn oudste dochter. Ook sluit Ginny vriendschap met David, de eerdergenoemde zoon voor de schoonmaakster. Hij is de enige aan wie ze vertelt over het oproepen van de geesten en ze proberen samen de geest van zijn overleden vrouw op te roepen, maar daar heeft die geen zin in. Intussen hebben Ginny en Amanda flinke ruzie; Ginny is boos omdat ze naar de psychiater werd gestuurd en Amanda omdat ze denkt dat Ginny wil zeggen dat haar dochter ook Asperger heeft. Ginny probeert Amanda steeds te bellen, maar die neemt niet op. Dus belt Ginny Amanda’s beste vriendin, de makelaar die het huis zou verkopen. “(…) en zou Angelica Amanda alsjeblieft willen bellen om haar te zeggen dat we geen ruzie meer moeten maken en dat pa en mam inderdaad zouden willen dat we er samen uitkwamen en dat ik van haar houd, we zijn familie en dat is toch het allerbelangrijkst en de rest, daar komen we vast samen wel uit.” Amanda blijkt de telefoon van haar vriendin te hebben opgenomen en inderdaad, het komt goed tussen de zussen. Hun band wordt sterker en Ginny blijft in het ouderlijk huis wonen. “Amanda belt minstens één keer per dag. Het gaat lang niet altijd over belangrijke zaken. Maar we praten in ieder geval. (…) Ik hoef niet bij Amanda in te trekken om deel uit te kunnen maken van haar gezin. Ook al ben ik daar niet de hele tijd fysiek aanwezig, ik wil dat ze weten: Ik ben er. Het gaat goed met me. Ik hou van jullie.”

KLIM OOK IN DE PEN!
Heb jij dit boek ook gelezen? Of heb je een ander inspirerend boek over autisme gelezen? Reëlle hoort het graag, dus laat vooral een reactie achter. Lees ook de verhalen uit onze Krachtenbundels over autisme, of snuffel eens rond in onze boekenkast!

Meer weten over auteur Jael McHenry? Bezoek dan haar website (in het Engels): http://www.jaelmchenry.com/  


REACTIES

De keukendochter

SCHRIJF EEN REACTIE

code
Klik hier als u de code niet kunt lezen.
Velden met een * zijn verplicht.
REËLLE TWITTERT
VOLG REËLLE