REËLLES NIEUWS

Meisje in het donker

Hoe zou jou een leven in duisternis vergaan?

Hoe zou jou een leven in duisternis vergaan?

“O, de geur van de wereld voor hen die daar geen deel aan hebben. (…) Het is een cocktail van subtiele en oneindige deeltjes, beter dan het melange van meesterparfumeurs, een mengsel van leven en verval, van groei, damp en wildernis, van hitte, stof, bloemen en bladeren, asfalt, auto’s, aarde, steen en sterren.”

‘Meisje in het donker’ beschrijft het waargebeurde verhaal van Anna Lyndsey (pseudoniem), een (aanvankelijk) doorsnee jonge vrouw die te kampen krijgt met een lichtallergie. Ze sluit zichzelf op in een pikkedonkere kamer: de enige manier om haar prikkelbare huid tot bedaren te brengen. Soms gaat het beter en kan ze ’s nachts naar buiten. Elke verbetering buigt zich echter om in diepe teleurstelling als de allergie in volle hevigheid terugkeert en Anna zich genoodzaakt ziet zich weer hele dagen, weken, maanden op te sluiten in haar donkere hok.

BRANDEN
Anna’s zelfstandige leven komt op losse schroeven te staan wanneer zij iets ontdekt dat haar haar baan kan (en uiteindelijk zal) kosten: “Als ik voor een computerscherm zit, gaat de huid van mijn gezicht branden. Branden? Branden als de ergste zonnebrand. Branden alsof iemand een vlammenwerper tegen mijn hoofd houdt.” Ze besluit op vakantie te gaan, wat helaas niet de gewenste rust geeft; in tegendeel, haar allergie breidt zich uit. “Mijn gezicht. (…) Ik heb ieders advies gevolgd. Ik ben hier in de vrije natuur, in de leegte, slechts omringd door elementaire zaken: zee en lucht en rots en hemel. Ik heb mezelf onttrokken aan de kunstmatige kantoorsfeer die vergeven wordt van de stank van deadlines en de synthetische dampen van computers. Hier zijn geen tl-buiten of schermen. Hier is alleen maar… Hier is alleen maar de zon.” Vanaf dan wordt Anna’s wereld steeds kleiner. Ze trekt in bij haar vriend Pete en in zijn huis verduistert ze een kamer volledig. Zelfs het kleinste streepje licht door een kier hier of daar kan voor helse pijnen zorgen. 

REMISSIE
Het boek bestaat uit twee delen: deel een behandelt, deels via flashbacks, Anna’s allergie en haar leven in duisternis, waar ze naar praatprogramma’s en luisterboeken luistert en woordspelletjes bedenkt. “In mijn pikkedonker ben ik een en al vitaliteit en daadkracht. Ik zou kilometers over een open veld kunnen rennen, de hele nacht dansen, radslagen maken op door de zee gewassen zand. Mijn brein is onbewolkt, mijn geest is helder. Mijn ledematen tintelen van leven en energie, mijn neurale netwerken zoemen. Slechts mijn huid houdt mij gevangen – kon ik dat verraderlijke membraan maar van mijn botten scheuren.” In het tweede deel van het boek lijkt het langzaam beter te gaan met Anna. Ze ontdekt dat ze iets langer in een minder duistere ruimte kan verblijven voordat haar huid begint te protesteren. Vanaf dat moment neemt ze babystapjes die haar wereld steeds weer iets groter maken. “Op een avond trek ik na zonsondergang mijn laarzen en jas aan, zet mijn hoed op en doe de achterdeur van het huis open. (…) De geur van de wereld omsluit me. Ik inhaleer grote snuivende teugen sappige nachtlucht alsof ik plotseling aan de oppervlakte kom na verdronken gewaand te zijn. Ik loop naar het grasveld, mijn benen trillen een beetje, na zo’n lange periode van binnenshuis geschuifel niet gewend aan een dergelijke uitslaande voorwaartse beweging.” Wanneer ze zich na een betere periode weer de hele dag moet terugtrekken in haar donkere kamer, voelt ze aanvankelijk vooral boosheid en frustratie. “Tegen de vijfde of zesde dag berust ik en glijd ik terug in het ritme van mijn donkere dagen uit mijn herinnering. ‘Kijk, zo moeilijk is het niet,’ fluistert de muur tegen me. ‘Je hebt dit al eerder gedaan.’ En weken, dagen of maanden gaan voorbij.”

EMOTIES
In het boek wordt op een open manier gesproken over hoe Anna zich voelt bij alles wat zich voltrekt. Het verdriet dat ze heeft als haar allergie komt opzetten, de blijdschap als ze aan de beterende hand lijkt of op de dag dat ze dan eindelijk met Pete trouwt, de humor waarmee ze soms haar dagelijkse sleur of zelfbedachte woordspelletjes bespreekt. Haar openheid blijkt ook uit een hoofdstuk over een wat zwaarder onderwerp: “Meestal wil ik niet dood. Maar ik zou graag de middelen om dood te gaan binnen handbereik hebben. De luxe hebben om te kiezen, weten dat het antwoord op ‘Hoe verdraag ik dit?’ niet altijd ‘Doorzetten’ hoeft te zijn.” De schrijfster bedient zich ook veelvuldig van metaforen en andere beeldspraak, van lange zinnen en bijna poëtisch taalgebruik. “Maar ’s zomers, wanneer de temperatuur naar 30°C stijgt, de zon het dak geselt en de muren afranselt, de lucht in de hermetisch gesloten kamer onverbiddelijk heter wordt, alsof de donkere kamer een kleipot in een oven is en ik het vlees in de pot, als ik het raam niet kan openen om een zuchtje wind, hoe klein ook, binnen te laten omdat daarmee ook het licht binnen zou komen, als ik mijn kleren niet uit kan trekken, ook al is mijn lichaam kokendheet, omdat mijn huid in brand zal staan als ik dat doe, ondanks de hermetisch afgedekte ramen en de afgedichte deur – ’s zomers echter lig ik roerloos in het koelste gedeelte van de kamer, en ik zweet en ik zweet en de hitte neemt dag na dag toe, terwijl de hittegolf aanhoudt, zonder dat er een teken is dat het weer verandert (ik luister naar elk weerbericht) en ik weet wat het betekent om je in de hel te bevinden.”

GEEN SPROOKJE
Nadat Anna enkele keren een remissie en een onherroepelijke terugval heeft meegemaakt, merkt ze dat iets in haar verandert. “Op een zeker moment tijdens mijn herstel – laten we zeggen een paar weken nadat ik weer ben begonnen me mijn schemerwandelingen – voel ik me terneergeslagen. Ik put geen vreugde meer uit wat ik heb achtergelaten en zie met kille onverschilligheid hoe ver ik nog te gaan heb.” Anna’s leven is geen sprookje, en ‘Meisje in het donker’ eindigt dan ook niet met een ‘eind goed, al goed’. Al had Anna daar zelf wel op gehoopt: “Ik dacht dat er een einde aan dit verhaal zou komen. Tijdens het schrijven van de laatste hoofdstukken probeerde ik een nieuwe pil en aanvankelijk waren de resultaten goed. Ik geloofde dat overwinning op de duisternis het hoogtepunt van mijn vertelling zou zijn, een verkwikkende en bevredigende ontknoping. (…) ik had de geweldige kracht van dingen om hetzelfde te blijven over het hoofd gezien. De nieuwe pil deed me weer een rondje om de rotonde draaien – ik kon de afslag niet vinden.” In de appendix van het boek staat een grafiek die uitbeeldt wanneer Anna’s remissies plaatsvonden en wanneer ze zich maandenlang dag en nacht moest opsluiten in haar donkere kamer. In maart 2014, waar de grafiek stopt, moest ze zich al drie jaar schuilhouden in haar hol.

KLIM OOK IN DE PEN!
Heb jij dit boek misschien ook gelezen? We horen graag wat jij ervan vond! Of heb jij een ander boek gelezen over een zeldzame chronische ziekte waarvan je wijzer bent geworden? Laat het ons weten!

Snuffel ook eens rond in Reëlles boekenkast


REACTIES

Meisje in het donker

SCHRIJF EEN REACTIE

code
Klik hier als u de code niet kunt lezen.
Velden met een * zijn verplicht.
REËLLE TWITTERT
VOLG REËLLE