REËLLES NIEUWS

Ik houd van mijzelf… en dat is wederzijds

“Mijn opleving heeft precies twee dagen geduurd. Apathie heeft zich weer van mij meester gemaakt. Ik voel mij niet goed. Ik denk dat anderen zien wat ik voel. Deze gedachte maakt mij enorm angstig en radeloos. Ik besluit tot een volledig isolement.”

In ‘Ik houd van mijzelf… en dat is wederzijds’ beschrijft Pieter Overduin zijn eerste ervaringen met manisch-depressiviteit, ofwel een bipolaire stoornis. Deze komt opzetten als hij net zijn havo-diploma heeft behaald. Het boek beschrijft, soms tot in detail, hoe hij zich voelt en gedraagt tijdens zijn manische en depressieve episodes 

KEERPUNT
[alinea] Enkele maanden nadat Pieter zijn havo-diploma heeft behaald, gaan zijn ouders uit elkaar. Het is een keerpunt in zijn leven: manisch-depressiviteit krijgt hem in haar greep. In deze periode houdt hij een dagboek bij waarin hij beschrijft hoe hij hiermee is omgegaan. “Mijn moeder leent mij haar draagbare cassetterecorder en een cd van Vivaldi. Het heeft er even de schijn van dat ik het kan verdragen. Inderdaad heel even. Daarna lijkt het alsof ik in de orkestbak sta en iedereen zijn instrument op mij richt. Ik zet Vivaldi af. Tranen biggelen langs mijn wangen. Er blijft nu wel heel weinig over van de dingen die ik kan. Mij is altijd geleerd om wanneer je valt, op te staan waar je handen neerkomen. Alleen valt er weinig op te staan als je in een vrije val verkeert waarvan het einde nog niet in zicht is.” Ook tijdens manische periodes laten Pieters aantekeningen weinig aan de verbeelding over. “Als mensen mij vragen hoe het gaat, zeg ik goed. Ik voel mij al een week goed. Volgens mij heb ik die pillen niet meer nodig. Ik stop ermee. Het 'ongekend vrolijke' zusje van de depressie, de manie, maakt aanstalten om kennis met mij te maken. Uiteraard kan zij zich niet onbetuigd laten. Verbaal ben ik onverslaanbaar. Ik lul iedereen totaal omver. Ik heb mij nog nooit zo fantastisch gevoeld. (…) Laatst had mijn moeder nog het lef te zeggen dat ik wel eens ziek kon zijn. Ik heb mij verdomme nog nooit zo goed gevoeld. Voel ik mij na een klotetijd eindelijk eens goed, mag het verdomme niet.” Pieter volgt diverse opleidingen en heeft diverse baantjes. Door zijn bipolaire stoornis gaat dit echter steeds mis. De rol van Pieters familie tijdens zijn ziekteproces is groot. Omdat de stoornis voorkomt in de familie, is zijn vader erg bedreven in manisch-depressieve zaken. Zijn moeder regelt praktische zaken. Ook zijn broer en zussen zijn erg belangrijk voor Pieter. Maar zoals Pieter zelf zegt: “Van een manie ondervindt mijn omgeving meestal hinder. Ik geniet daarentegen met volle teugen. Van een depressie heb ik veel last. Mijn naasten doorgaans minder. Ze zien een hoopje ellende in bed liggen, dat hen met vragende ogen aankijkt.”

OPEN BOEK
[alinea] “Behalve mijn bed maakt nu ook de kamer deel uit van mijn territorium. Ik plof in een stoel neer en zucht eens diep. Misschien ga ik morgen mijn kamer uit en begeef ik mij naar de huiskamer. Ach, laat ik maar niets overhaasten. Vadertje tijd is geduldig. En ik? Ik noodgedwongen ook.” Op indringende en persoonlijke wijze maakt Pieter duidelijk hoe zijn periodes van depressie en manie hem beïnvloeden. Hij neemt geen blad voor de mond en streken die hij tijdens zijn manie uithaalt, worden eerlijk, open en, althans zo lijkt het, ongegeneerd besproken. “Als een heuse cowboy bestijg ik de grasmaaiauto. Mijn wil leg ik aan hem op. (…) Er ontstaat inmiddels een gigantische rookontwikkeling. Dan trap ik het pedaal in en schiet vooruit. Het bijkanten gaat wellicht iets te hard. Links en rechts vliegen de graspollen om mijn oren. Het lijkt wel of het aarde regent. Snel druk ik een andere knop in. Bijna stuur ik mijzelf in de metershoge heg. Uit de auto komen twee nieuwe messen. (…) Als ik achterom kijk zie ik een braakliggend terrein. Dwars door heel de tuin liggen graszoden. Voor het leven verminkt.”

KNOKKEN
[alinea] Na een tijdje lukt het Pieter om een patroon te vinden in zijn depressies en manies. Hij realiseert zich dan ook dat hij sommige dingen, zoals het feit dat hij manisch-depressief is, niet zelf kan kiezen. “Wel kan ik kiezen of ik ziekte-inzicht wil verwerven. Ook kan ik kiezen of ik regelmatig leef. (…) Ziekte-inzicht helpt mij een keus te maken. Eén ding bepaal ik altijd zelf. Of ik vecht of niet. Knokken met alles wat binnen mijn vermogen ligt.”

GOD IS IN DE WAR…
[alinea] Na het schrijven van ‘Ik houd van mijzelf… en dat is wederzijds’ schrijft Pieter Overduin nogmaals een boek: ‘God is in de war, Hij denkt dat Hij Pieter is’. In dit boek geeft de auteur twee periodes van manie weer. Ook zijn omgeving komt dit keer aan het woord: zijn ouders, broer, zussen en enkele anderen beschrijven hoe zij Pieters manie ervaren. Zo schrijft een zus: “|Pieter voelt zich fantastisch; geen mysterie zo mysterieus of hij zal het je haarfijn en met alle liefde uitleggen. (…) Een waterval van woorden en informatie die je tot je moet nemen, totdat het moment komt waarop je wel uit zou willen schreeuwen: ‘Houd alsjeblieft op, ik begrijp er werkelijk geen ene moer van, ik kan me er niets maar dan ook werkelijk niets bij voorstellen, zwijg alsjeblieft even en kom terug op deze planeet…’” De twee boeken zijn tegenwoordig gebundeld in een omnibus. Op zijn website laat Pieter weten dat hij inmiddels al zo’n tien jaar geen hinder meer ondervindt van zijn stoornis.

KLIM OOK IN DE PEN
[alinea] Heb jij ook een bijzonder boek gelezen waarvan je wijzer bent geworden? Reëlle hoort het graag! Of heb je dit boek ook gelezen en wil je graag vertellen wat jij ervan vindt? Of ken je andere boeken van mensen met een bipolaire stoornis die je wil aanraden? Reageer dan op dit artikel! Neem ook eens een kijkje in Reëlles boekenkast

Kijk voor meer informatie over Pieter Overduin op zijn website 


REACTIES

Ik houd van mijzelf… en dat is wederzijds

SCHRIJF EEN REACTIE

code
Klik hier als u de code niet kunt lezen.
Velden met een * zijn verplicht.
REËLLE TWITTERT
VOLG REËLLE