REËLLES NIEUWS

Het mevrouwtje op mijn schouder

Zie jij Fee?!

Zie jij Fee?!

“Ik bijt op mijn tanden en dwing mezelf om aan iets leuks te denken, maar ik kan mijn tranen echt niet meer inhouden. Ik duw mijn gezicht heel diep in mijn kussen, zodat papa en mama niet horen dat ik huil. Liz! zegt ineens een lief stemmetje, heel dicht bij mijn oor. Liz, ik kom je helpen.”

In ‘het mevrouwtje op mijn schouder’ laat Yvette den Brok-Rouwendal je kennis maken met Liz. Liz is een meisje van tien jaar. Door een beschadiging in haar hersenen kunnen haar spieren niet goed samenwerken en zit ze in een rolstoel. Daarnaast kan ze niet zo goed praten en haar handen niet goed gebruiken. Zelf wil ze zo graag mogelijk een normaal meisje zijn. Maar de verzorging valt haar ouders zwaar. Haar moeder laat vaak weten dat Liz niet normaal is en dat ze geen hoge verwachtingen kan hebben. Haar vader is overspannen en huilt veel. Ze moet het alleen doen. En dan krijgt ze hulp van Fee.

SPREEKBEURT
Liz’ liefste wens is om naar een gewone basisschool te gaan. In het begin van het begin van het boek oefent ze alvast een spreekbeurt voor haar eventuele klasgenoten: “ ‘Hahlloh, hik bun Liz en hik bun tieh jahar’. Als ik die zin gezegd heb zal ik eerst eens even kijken of de kinderen goed luisteren. Want dat is wel nodig, anders verstaan ze me niet. Dan praat ik gewoon rustig door in mijn Liz-taaltje. ‘Het klinkt vast wel raar als je mij zo hoort praten, maar als je oed naar me luistert, kun je best weten dat ik wil zeggen: “Hallo, ik ben Liz en ik ben tien jaar.”Dat ik praat zoals ik praat komt zo: Bij mijn geboorte is er iets verkeerd gegaan in mijn hersenen. Niet in het stukje hersenen waar je mee denkt, maar in het stukje dat ervoor zorgt dat je spieren goed samenwerken.” Ze vertelt verder “Dat is niet alleen zo bij mijn mondspieren, maar bij al mijn spieren. Daarom kan ik ook niet lopen en kan ik mijn handen niet zo goed gebruiken. Meestal heb ik stijve vuisten die niet open willen.”

FEE
Als Liz op een avond in bed ligt te huilen na een gemene opmerking van haar moeder, krijgt ze bezoek van Fee. Fee is een mevrouwtje zo groot als een duim. Niemand kan haar zien behalve Liz. En op momenten dat Liz het zwaar heeft, verschijnt Fee en fluistert haar bemoedigende woorden toe. Zoals wanneer Liz’ moeder erachter komt dat er een jongen verliefd is op Liz: “‘Wat moet zo’n jongen nou met een meisje dat niets kan en er nooit zo leuk uit zal zien als een meisje dat niet gehandicapt is?’ vroeg ze kwaad. ‘Wat heeft zo’n knul daaraan?’ Ik voel een klein zoentje in mijn hals. Dat is een heel gemene opmerking, fluistert Fee. Blijft sterk Liz. Je weet dat het niet klopt wat ze zegt. Je bent een heel leuke meid, waar elke jongen verliefd op kan worden. Daar heeft je handicap niets mee te maken. Die mama van jou snapt er gewoon niets van. Laat haar maar.

HAAR WERELD
Zelf vindt Liz dat ze best een gewoon meisje is met toevallig een handicap. In dit boek zie je de wereld door haar ogen. Het is onbevangen geschreven zoals een kind de wereld kan zien. “Papa zegt ook steeds dat hij gen idee heeft waar ik moet wonen als hij en mama dood zijn. Dan kijkt hij me aan alsof ik daar iets over moet zeggen. Maar ik weet echt niet wat daarover te zeggen valt. Ik denk dat ik later ga trouwen. Misschien met Sebas ut mijn klas, die verliefd op mij is. Maar het kan ook best zijn dat ik iemand tegenkom die ik nog niet ken. Dan ga ik toch gewoon met hem trouwen? Ik maak me niet druk om later.” En neemt je mee in haar twijfels. “Als Lukas een andere zus had, was hij niet zo druk. Ik wil niet dat Lukas geen vriendjes heeft, behalve Floris dan. Als dat door mij komt, vind ik dat echt heel erg. Dan doe ik niet alleen papa en mama verdriet, maar ook nog mijn broertje. Dan kan ik beter niet bestaan. Maar ik besta gewoon. Wat moet ik nou doen?”
Het boek heeft daarmee een verdrietige ondertoon. Fee heeft de rol die liefhebbende accepterende ouders zouden hebben. Ouders die Liz niet heeft. Haar moeder heeft het moeilijk met de handicap van haar dochter en raakt verbitterd. Liz’ vader zit overspannen thuis en huilt veel. Als lezer voel je mee met Liz als haar moeder weer zegt dat ze niks kan.  “Je kunt echt geen leuke vriendin zijn voor een kind dat niet gehandicapt is, Liz. Je bent haast niet te verstaan en je kunt bijna niets”.

ACCEPTATIE
Gelukkig is er Fee die haar aanmoedigt en haar laat inzien dat het niet aan haar ligt. Ze moedigt Liz aan om in plaats van haar ouders op zoek te gaan naar mensen die haar wel accepteren zoals ze is. Zoals oom Sjoerd, tante Babette en Liz’ beste vriendin Emma. Via hen komt ze in contact met andere kinderen: “Voor school moeten we een verslag maken over kinderen die gehandicapt zijn. Ik heb een keer gevraagd waar dat voor nodig was. Weet je wat onze juf toen zei?’ ‘Geen idee,’ zeggen Emma en ik tegelijk.‘Ze zei dat wij moeten leren dat gehandicapte kinderen heel normaal zijn. Toen vroeg ik waarom gehandicapte kinderen dan niet op gewone scholen zitten. Volgens mij wist onze juf toen niet meer wat ze moest zeggen, want ze katte dat ik mijn brutale mond moest houden. Dat is toch belachelijk?’”

UIT HUIS
Als uiteindelijk haar leerkracht op huisbezoek komt, wordt voor de buitenwereld duidelijk dat het niet zo goed gaat thuis. En dan zegt Liz moeder dat ze geen aanpassingen hoeven te doen aan het huis, want over twee jaar gaat ze uit huis. “‘Wah zeg ju hou mahah? Gah ih ovuh twee jaah huit huis? Waahom? Waah moeh ih dah wonheh? Dan buh ih twaalf!’ Alles in en aan mijn lichaam beeft. Hoe kan mama nou zoiets zeggen?” Haar moeder legt uit: “Oma, mijn moeder dus, zei al meteen toen je geboren werd dat ik je naar een thuis moest brengen. Dat wilde ik niet. Ik wilde je zelf opvoeden en dat heb ik gedaan. Maar als je twaalf bent is het wel genoeg, hoor.” Liz is er erg verdrietig over en in de war. Maar omdat ze van Fee geleerd heeft om elders haar steun te zoeken kan ze uithuilen bij tante Babette. De mensen om haar heen beloven Liz dat ze er alles aan zullen doen om de twee jaar tot aan de uit huis plaatsing zo fijn mogelijk te maken voor haar. Die avond krijgt ze voor het laatst bezoek van Fee. “Maar ook in dat tehuis zul je mensen tegenkomen die je zien zoals je bent. En als je uit dat tehuis komt, ben je groot. Dan kun je zelf beslissen wat er met je gebeurt en ik weet zeker dat je dan iets heel leuks van je leven gaat maken, Liz. Kijk daar maar naar uit.” En daarmee is het mevrouwtje op haar schouder weer weg, op zoek naar een ander kind dat haar hulp kan gebruiken.

KLIM OOK IN DE PEN
Heb jij ook een bijzonder boek gelezen? Wil je nu dit boek ook gaan lezen?  Had jij ook een mevrouwtje op je schouder kunnen gebruiken? Misschien ben jij wijzer geworden van een ander boek? Wij horen het graag! Schrijf een reactie.

Wie is Yvette den Brok-Rouwendal? Lees het hier.


REACTIES

Het mevrouwtje op mijn schouder

SCHRIJF EEN REACTIE

code
Klik hier als u de code niet kunt lezen.
Velden met een * zijn verplicht.
REËLLE TWITTERT
VOLG REËLLE