REËLLES NIEUWS

Stigmatiseren: de kracht van taal

Stigmatiseer jij ook?

Stigmatiseer jij ook?

Stigmatisering zit vaak in kleine dingen. Daarbij mogen we de kracht van taal niet onderschatten. De zin: ‘Reumapatiënten hebben dezelfde rechten als wij, maar zij moeten zich ervan bewust zijn dat zij ook plichten hebben’, suggereert dat reumapatiënten het niet zo nauw nemen met hun plichten. Dat staat er niet, maar je denkt het er wel bij. Taal bezit de kracht om een bepaalde machtsverhouding of hiërarchie van waarden uit te drukken.

We zijn geneigd in hokjes te denken en te categoriseren. Dit helpt ons om de vele en complexe informatie die we krijgen te versimpelen. Dit doen we ook bij mensen met een beperking. Het probleem is dat we hen gaan beperken in wie ze zijn. Als we mensen een etiket opplakken en zeggen: ‘Jij bent een autist’, stigmatiseren we die persoon. Als we praten over iemand die onhandig is in het sociale verkeer, stigmatiseren we die persoon veel minder. Dan stoppen we hem niet in een hokje maar zien we die persoon als iemand zoals jij en ik met andere eigenschappen.

WAT IS KWETSEND TAALGEBRUIK
Volgens de Groningse hoogleraar communicatie Gisela Redeker is communicatie het scheppen van gemeenschappelijke betekenis. Dan gaat het niet over de woorden die we tegen elkaar zeggen maar over hoe we die woorden interpreteren. Over stigmatiseren praten lukt bijna niet zonder zelf te stigmatiseren. Omdat sommige termen gevoelig liggen. Zo vinden we de term ‘kinds’ ouderwets en stigmatiserend. Tegenwoordig noemen we iemand die op leeftijd is en wiens geheugen hapert ‘dement’. Wim Daniëls vindt dat een kwetsende term. ‘De’ betekent ‘het ontbreken van’ en ‘ment’ betekent ‘verstand’. Liever zegt hij over zijn hoogbejaarde moeder dat ze ‘kinds’ is. Deze term betekent, volgens hem, dat ze teruggaat naar haar kinderjaren, en dat vindt hij vele malen vriendelijker dan ‘dement’. Weinig mensen zullen dat met hem eens zijn..

NIEUWE WOORDEN GEEN OPLOSSING
Met het veranderen van een label zijn we er nog niet. Om vooroordelen tegen te gaan, wordt een neutraal woord gekozen voor dezelfde groep mensen. Dat woord krijgt op een gegeven moment een negatieve bijklank en wordt ingewisseld tegen een respectvollere term. In de taalpraktijk van alledag krijgt de nieuwe term ook weer een negatieve connotatie. De woorden worden vager, maar de negatieve betekenis blijft. Denk maar aan invalide, handicap, beperking. Dergelijke ingrepen in de taal brengen geen oplossing. Dat komt omdat de opvatting omtrent de aangeduide groep niet mee verandert met het nieuw gekozen woord. Het arbeidsgehandicapt vervangen door functiebeperkt zal de beeldvorming niet veranderen.

BEWUST TAALGEBRUIK
Wat helpt wel? In elk geval bewust te zijn van je taalgebruik. Koppel positieve waarden aan stigmatiserende woorden: de kracht van kwetsbaarheid. Gebruik geen vage taal maar hanteer concreet taalgebruik. Dat helpt! Benoem bijvoorbeeld niet alleen dat iemand een dwarslaesie heeft, maar vertel erbij wat dat voor die persoon betekent. Bijvoorbeeld: geen gevoel meer in het lichaam vanaf zijn middel tot zijn tenen. Maak mensen gevoelig over het gebruik van het woord en zijn definitie. Zodat zij gaan nadenken over deze woorden en ze gebruiken in een gepaste situatie. Noem iemand geen autist, maar spreek liever over een persoon die autisme heeft. Praten over ‘schizofrenen’ en ‘psychoten’ wekken de indruk dat mensen die hieraan lijden geheel door de ziekte worden beheerst. De oorzaak van stigmatisering van psychische stoornissen komt vaak door onwetendheid, verkeerde informatie, of door de rol van de media die het gebruik van geweld verbinden aan psychische stoornissen. Het helpt om de termen in positieve berichten in de media te laten opduiken, zo kan de negatieve bijklank worden afgezwakt, zoals: ‘de kracht van kwetsbaarheid’. Door woorden angstvallig te vermijden creëer je een groter taboe op een woord. Zo kun je tegen iemand die blind of slechtziend is gerust zeggen: ‘Kijk hier eens naar’ of ‘Wil je dit even zien?’

LET OP CLICHÉS
Sommige mensen vinden het lastig om met mensen met beperkingen te praten of over ze te schrijven zonder terug te vallen op stereotiepe (denk)beelden en clichés. Er is een aantal richtlijnen die je ervoor behoeden dat je zelf ook in die valkuil trapt.

Gebruik geen verouderde termen, stereotypen en vermijd vooroordelen.
Wees voorzichtig met ondanks-constructies. Koppel niet iemands kwaliteiten direct aan een beperking. ‘Ondanks zijn beperking is Peter toch advocaat’.
Leg de nadruk op de mogelijkheden van iemand, niet op zijn of haar beperkingen.
Generaliseer niet. Scheer bijvoorbeeld nooit alle personen met een visuele beperking, over dezelfde kam. De opmerking: ‘Jullie horen toch veel beter dan zienden?’ is algemeen en ongepast.

Soms is het lastig om stereotypen te vermijden. Praten over een groep in de samenleving leidt al snel tot onbedoeld stigmatiseren. Door onwennigheid of onwetendheid of gewoon omdat er geen andere woorden voor handen zijn. Ook professionals gaan wel eens in de fout. ‘Ik heb bewondering voor het optimisme van mevrouw. Ik ben blij dat de relatief eenvoudige hulp van mijn collega’s zo’n positieve impact heeft op haar leven. Met een beetje hulp leidt zij een zinvol bestaan.’ Al maak je eens een foutje, dat is niet erg. Zolang jij je maar bewust bent van de kracht van taal. 


REACTIES

Stigmatiseren: de kracht van taal

SCHRIJF EEN REACTIE

code
Klik hier als u de code niet kunt lezen.
Velden met een * zijn verplicht.
REËLLE TWITTERT
VOLG REËLLE