REËLLES NIEUWS

Morgen ben ik een leeuw

Schizofrenie van binnen en buiten

Schizofrenie van binnen en buiten

“De reden dat ik dit boek schrijf, is dat ik vroeger schizofreen ben geweest. Dat klinkt net zo onmogelijk als dat aidspatiënt of suikerpatiënt was. Iemand die schizofreen is geweest bestaat eigenlijk niet. Ik weet hoe de wereld er toen uitzag, hoe ik die beleefde, wat ik dacht, wat ik moest doen. Ik weet hoe de dingen nu zijn. Dat is iets heel anders. Nu ben ik gezond en dat moet ook mogen.”

In haar boek Morgen ben ik een leeuw kijkt Arnhild Lauveng terug op een leven met hallucinaties, psychoses en zelfbeschadiging. Als patiënt neemt ze je mee in haar belevingswereld en beschrijft ze nauwkeurig haar wanen en psychosen. Na haar genezing heeft zij de studie psychologie afgerond. Wat bijzonder is, is dat de schrijfster haar schizofrenie beschrijft als patiënt én als psycholoog. Pijnlijk eerlijk ontleedt ze haar waanvoorstellingen, stemmen en psychosen en vindt verklaringen voor haar destructieve gedrag.

PSYCHOTISCH EN ZELFDESTRUCTIEF

“Ik was veertien of vijftien jaar toen het al niet meer goed met me ging. Ik was zeventien toen ik voor het eerst werd opgenomen. Daarna ging ik er jarenlang in en uit, voor kortere en langere opnamen, op open of gesloten afdelingen, vrijwillig of gedwongen. Bij elkaar ben ik zes tot zeven jaar opgenomen geweest. De laatste keer dat ik ben opgenomen was toen ik zesentwintig jaar oud was maar toen was ik beslist bezig beter te worden.” Arnhild neemt je mee in een wereld waarin agressieve ratten en kwijlende wolven constant op de loer liggen, waar stemmen haar dwingen in zichzelf te snijden. Een wereld vol doodsangst, verwarring en machteloosheid. Een wereld waarin ze langzaam zichzelf en haar taal kwijtraakt, en onverstaanbaar wordt voor anderen omdat ze alleen nog in codes kan spreken. Er lijkt geen hoop voor haar te zijn.

DE KAPITEIN
“Het meest duidelijke waarschuwingssignaal was dat mijn identiteit, de veiligheid dat ik ‘ik’ was op te lossen. In mijn dagboek schreef ik over zij. Ik wist niet meer wie mijn gedachten en handelingen stuurde.” Haar taal verdween en mist kwam ervoor in de plaats. “Ik begreep dat ik wel dat ik hulp nodig had maar ik wist niet hoe ik dat moest vragen of hoe ik uit moest leggen wat er bezig was te gebeuren, want de mist was al zo dicht dat communiceren moeilijk was geworden.” Dan verschijnt de Kapitein, hij geeft bevelen maar is ook vriendelijk, in het begin. Hij straft haar door haar hard in het gezicht te slaan en eist een ijzeren discipline van haar. Ze mag maar drie tot vier uur per nacht slapen en hij vindt drie maaltijden per week wel voldoende. Dan verschijnen ook de wolven en niet lang daarna wordt ze door de politie en de arts gehaald en naar een gesloten inrichting gebracht. “Maar het was een beetje te laat, ik was al verdwaald in het bos.”

LAATSTE WOLF

Tussendoor spreekt ze als psycholoog: “Het is niet zo dat hallucinaties van buitenaf komen en helemaal geen contact hebben met de persoon zelf. Integendeel. Zij ontstaan vanuit iemands eigen interesses en leven.” De waanvoorstellingen zijn een uitdrukking van gevoelens en gedachten als taal als communicatiemiddel is weggevallen. Zo ziet Arnhild haar laatste wolf in de trein op weg is naar een college in haar propedeusejaar. Zij is dan al bezig te genezen. Het is een groot, uitgemergeld scharminkel met een schurftige vacht en gele tanden dat aan het vlees van haar kuit ligt te kluiven. “Het deed pijn en het zag er afschuwelijk uit, maar ik schreeuwde niet, ik werd niet bang en ik riep niet naar de wolf.” In plaats van de gebruikelijke paniekreactie, weet Arnhild dat deze hallucinatie te maken heeft met het feit dat ze het tijdens haar studie niet naar de zin heeft en geen aansluiting vindt bij haar medestudenten. Ze voelt zich ‘voor de wolven gegooid.’ En bedenkt dat ze zich hier doorheen moet slaan. Ze is dan al zover met haar therapie dat ze betekenis kan geven aan de Kapitein, de ratten, wolven en haar drang naar zelfbeschadiging.

INZICHT

Als psycholoog geeft ze inzicht in haar ziekteverloop. Haar intuïtieve kennis als patiënt kan zij als psycholoog verwoorden: “Want zonder het te kunnen verklaren en zonder het te kunnen onderbouwen, wist ik dat mijn wolven geen fout waren. En al het andere wat ik zag of hoorde, ook niet. Het waren belangrijke en juiste waarheden, op een wat onhandige manier uitgedrukt, ongeveer als dromen, en net zoals dromen moesten ze ook geïnterpreteerd worden om betekenis te krijgen.” Zij geeft aan hoe de behandeling en hulpverlening van invloed zijn geweest. “Toen ik de mogelijkheid kreeg om erover na te denken en hulp kreeg om eraan te werken, werd het verband mij duidelijk en was het helemaal niet moeilijk om het verband te zien. Maar het vereist dat je de beleving serieus neemt, als een reële en belangrijke beleving waaraan moet worden gewerkt, en dat je haar niet wegwuift als een ongewenst symptoom dat door het gebruik van medicijnen moet verdwijnen.”

MACHTELOOSHEID

Haar gevoel van machteloosheid uit zich door een stem die van haar eist: “Snij in je armen en teken met het bloed een cirkel om je heen, anders zal de hele familie sterven. Ik wist niet of de stem de waarheid sprak, maar ik was sowieso niet bereid het risico te nemen. Dus ik deed wat die stem zei. Het werkte! De volgende dag leefde mijn familie nog steeds. En het werd steeds erger. En iedere keer dat het werkte werd het moeilijker het niet te doen. En eigenlijk wilde ik er liever niet achter komen dat ik mezelf zo lang en zo vaak had gesneden zonder enig nut. Dat zou te dom en te pijnlijk zijn. Dus bleef ik doorgaan.” Haar verklaring is dat zij van een persoon die veel deed, was verworden tot een persoon die alleen maar ontving. Haar familie steunde haar met cadeautjes, bezoeken en telefoontjes voor zover dat mogelijk was. En dit werd voor Arnhild een manier om iets voor hen terug te doen.

TWEE WAARHEDEN
Morgen ben ik een leeuw is een uitzonderlijk, krachtig en hoopvol verhaal. Zonder iets te verbloemen laat Arnhild, als psychologe én patiënte, zien hoe zij haar woorden en haar leven terugvindt! Zij laat zien dat patiënten niet alleen ziek zijn, maar vooral ook mens. Dat het voor een hulpverlener belangrijk is om zich in iemand te verplaatsen, zonder alleen maar macht uit te oefenen. Haar diagnose en levenssituatie kon ze niet veranderen maar wat wel anders kan is de manier waarop de diagnose aan de patiënt wordt verteld. Want volgens Arnhild zijn er twee waarheden. Eén gebaseerd op de statistieken: “Het is zo goed als onmogelijk dat je je doel zult bereiken. Of je kon je op de hoop richten: Mensen zijn onberekenbaar, er bestaat altijd een kleine kans dat dit goed gaat, als we hard genoeg werken en er veel tijd voor nemen.” Hulpverleners zouden de waarheid met hoop moeten kiezen, vindt Arnhild, die jaren doorbracht in inrichtingen en door het verplegend personeel werd behandeld als een gevaarlijk persoon. Al die tijd wilde ze geen schizofreen zijn, maar gewoon Arnhild.

HELDER EN INSPIREREND

Ongeveer één derde deel van de patiënten wordt gedeeltelijk of helemaal beter, één derde weet zich met medicijnen aardig te redden, en het laatste deel van de mensen met schizofrenie blijft worstelen met zijn kwellingen en gaat instelling in en uit. Arnhild is genezen en gebruikt geen medicijnen meer. Zij is werkzaam als psycholoog en docent. Onderstaand gedicht gaat over haar ervaring als psychiatrisch patiënt.

Morgen ben ik een leeuw

Vroeger leefde ik mijn dagen als schaap.
Elke dag verzamelden de herders iedereen op de afdeling
voor een mars met de kudde.
En zoals de meeste herdershonden blaften ze scherp als
iemand aarzelde de deur uit te gaan.
Soms blaatte ik even zacht,
Als ze me door de gangen dreven,
Maar niemand vroeg ooit waarom
-als je eenmaal gek bent, kun je het beste blaten.

Vroeger leefde ik mijn dagen als een schaap.
In een bijeengesloten kudde dreven ze ons over de
wandelpaden rond het ziekenhuis,
een langzame ongelijksoortige kudde individuen waar
niemand naar wilde kijken.
Want we waren een kudde geworden,
En de hele kudde moest naar buiten wandelen,
En de hele kudde werd weer opgesloten.

Vroeger leefde ik mijn dagen als schaap,
De herders knipten mijn manen en klauwen bij
Zodat ik beter in de kudde kon opgaan.
Ik schuifelde mee tussen keurig gekapte ezels, beren,
eekhoorns en krokodillen
En vroeg me af waarom niemand wilde kijken.

Want ik leefde mijn dagen als schaap
terwijl alles in mij ernaar verlangde over de savannes te
rennen.
En ik liet mij drijven van de schaapskooi naar de omheining
naar de stal

als ze zeiden dat dat het beste was voor een schaap.
En ik wist dat het fout was.
En ik wilde dat het niet eeuwig zou duren.

Want ik leefde mijn dagen als schaap
Maar morgen ben ik altijd een leeuw.

Meer lezen over deze sterke vrouw?


REACTIES

Morgen ben ik een leeuw

SCHRIJF EEN REACTIE

code
Klik hier als u de code niet kunt lezen.
Velden met een * zijn verplicht.
REËLLE TWITTERT
VOLG REËLLE