KENNISBANK

INLEZINGSVERMOGEN

Bekijk Reëlle's Boekenkast

Jij wordt WIJzer van boeken over krachtige mensen. Dat geeft jou inlezingsvermogen. Nieuwsgierig naar de boeken in Reëlle's boekenkast? Bekijk haar boekentop 100!

 

 Beter geschreven door Maarten van der Weijden, een biografie van een kankerpatiënt die Olympisch goud wint in 2008     Stuk geschreven door Judith Visser, een psychologische thriller over een meisje dat langzaam haar persoonlijkheid verliest    Het meisje dat uit de stilte kwam geschreven door Fiona Bollag, autobiografie van een meisje dat op latere leeftijd voor het eerst kan horen    Een gat waar mijn hart zit geschreven door Baukje van Kesteren, een autobiografie van een vrouw met autisme die lijdt aan eenzaamheid
             
 Ongeneeslijk optimistisch geschreven door Karel Glastra van Loon, bundel columns geschreven in het jaar dat hij kanker doormaakt     Vervelend dat ik stotter, maar niets te zeggen hebben is nog vervelender geschreven door Heeres Richard, reeks interviews met ervaringen van stotteraars    Klein krijgen ze me niet geschreven door Anneke Olivier, autobiografie van dwergvrouwtje dat de leiding over circus Renz heeft    Sprakeloos geschreven door Tom Lanoye, autobiografie over zijn moeder die na hersenberoertes afasie heeft
             
 Hersenschimmen geschreven door J. Bernlef, literaire fictieve roman over een man die door dementie zijn taal en werkelijkheid verliest    Eigenhandig geschreven door Alison Lapper, biografie van een alleenstaande moeder zonder armen en met korte benen die gevierd kunstenaares is    Meisje met negen pruiken geschreven door Sophie van der Stap, tiener beschrijft hoe zij met haar kanker omgaat    Het wonderlijke voorval met de hond in de nacht geschreven door Mark Haddon, literair fictief verhaal over een autistische jongen
             
 Gestameld liedboek geschreven door Erwin Mortier, autobiografie over hoe het is om zijn moeder te verliezen aan Alzheimer    Op de kop getikt, Paulien Bom vertelt hoe ze bij een gemene val een whiplash opliep wat haar leven op zijn kop zette    Was getekend geschreven door Eddy Veerman, interviews met twaalf paralympiërs    Uit huis geplaatst geschreven door Florian Overbeek, autobiografie over zijn jongste jeugd, zijn jaren in een internaat en zijn leven daarna
             
 

Nooit meer een boek missen?

aanmelden

 
             
 De invloed van gedachten geschreven door Christel Mantel, autobiografie over haar acceptatie van haar chronische spierziekte     Kracht, het nieuwe leven van een optimist geschreven door Marc de Hond, autobiografie over zijn dwarsleasie na een medische misser    De geheugenkunstenaars geschreven door Jeffrey Moore is een fictieve roman, geeft een kijkje in het leven van een synestheet    In de beste families, Paul Teunissen laat je in dertien waargebeurde verhalen in huid kruipen van mensen die hun dierbaren zien lijden aan ziektes zoals dementie, borderline en depressie
             
 Chaos met autisme geschreven door Sigrid Landman, autobiografie over haar ervaringen met een dochter met het Asperger-syndroom, terwijl zijzelf ook een vorm van autisme heef     Eiland Nooitgedacht geschreven door Jidske van de Klundert met tekeningen en gedichten over haar worsteling met autisme    Pappie’s kleine meid slaapt op straat geschreven door Stephanie-Joy Eerhart, autobiografie over haar leven op straat, haar verslaving en moeite met acceptatie van haar dubbele handicap    Ik leef met het hart van een ander geschreven door Aline Feuvrier, autobiografie over haar harttransplantatie
             
 Morgen ben ik een leeuw kijkt, geschreven door Arnhild Lauveng, autobiografie. Zij kijkt naar haar schizofrenie als patiënt en als inmiddels afgestudeerd psycholoog    Pil geschreven door Mike Boddé, autobiografie van deze cabaretier over zijn depressie    De film Restless gaat over het jonge meisje Annabel met een hersentumor en de vriendschap tussen twee jonge mensen    Bijzondere ervaringsverhalen geschreven door Ingeborg Kuys, zij interviewde dertien patiënten met de ziekte van Crohn of colitus ulcerosa
             
 Gevangen in mijn binnenwereld, geschreven door Sun-Mi Venema, zij maakt een hersenstaminfarct door, wat leidt tot het locked-in-syndroom, letterlijk opgesloten zitten in je eigen lichaam    In balans uit balans, geschreven door Monica Warbroek en Wieke Gaus, zij bundelden achttien ervaringsverhalen van vrouwen met epilepsie    De mongool, de moeder en de filosoof, filosofe Thecla Rondhuis vertelt het leven van haar 37-jarige zoon Ramon met het syndroom van Down  

 Krachtenbundel, 20 verhalen van kwetsbare mensen geschreven door 20 medewerkers van 20 verschillende organisaties

             
 

Nooit meer een boek missen?

aanmelden

 
             

 Moeten en Moed, geschreven door Nynke Mulder en Véronique Poll. Bevat, naast heldere informatie over dwangstoornissen, vijfentwintig persoonlijke verhalen van mensen die aan dwang lijden of een partner, ouder of kind hebben met een dwangstoornis.

   Dodelijk dun, mijn jarenlange strijd tegen anorexia. Geschreven door Nikki Grahame. Autobiografie over het leven van een vrouw met een eetstoornis.    Dokter is ziek. Schrijfster Gonny ten Haaft stelt vragen aan artsen en verpleegkundigen die de zorg als patiënt hebben beleefd.       De Vlaming Peter Terrin schrijft met Post Mortem zijn eigen biografie. Het bevat fictie maar het grootste deel van het boek komt uit het leven van Peter zelf. Hij wint met dit boek de AKO Literatuurprijs van 2012.
             
 Caroline van Dullemen, socioloog en dochter van een moeder met MS, beschrijft in Altijd de sterkste thuis haar eigen ervaringen en die van anderen, die net als zij opgroeiden met een chronisch zieke ouder.    Mr. Tourette. Pelle Sandstrak schreef met deze autobiografie onroerend én komisch hoe het is om te lijden aan het syndroom van Gilles de la Tourette en dwangstoornissen.      Cornelie van Well interviewde zeventien mantelzorgers. Uit die gesprekken wordt duidelijk hoe mantelzorgers leven. Overbelasting blijkt een van de belangrijkste bedreigingen voor de mantelzorger te zijn. Naarmate de zorg langer duurt of intensiever wordt, is er steeds minder tijd voor ontspanning en een eigen leven.     Wat gebeurt er als een kind slachtoffer wordt van een zwaar verkeersongeval en daar een blijvend hersenletsel aan overhoudt? In Over-hoop geeft Sabine Cocquyt ons een kijkje in negen gezinnen. De ervaringsverhalen geven inzicht in onpeilbaar verdriet en een indringend beeld van het lange revalidatieproces.
             
 Ben je met een handicap veroordeeld tot een leven achter de geraniums? Of kun je ondanks een handicap toch succesvol zijn, en hoe bereik je dat dan?” Met die vragen ging auteur Bert Jongen op zoek naar mensen met een beperking die het ver geschopt hebben. In negentien openhartige gesprekken vertellen zij hoe zij in het leven staan.    “Ik deed nog een laatste proef. ‘Wat is dit?’, vroeg ik, een handschoen omhoog houdend. ‘Mag ik het eens bekijken?’ vroeg hij, en nam het ding van me over. Hij begon het te onderzoeken. ‘Een ononderbroken oppervlak,’ kondigde hij tenslotte aan, ‘in zichzelf naar binnen gevouwen.” Oliver Sacks vertelt over de bijzondere neurologische afwijkingen van zijn patiënten.    “Het is donker op de kamer. Drie uur ‘s nachts en Rons benauwdheid blijft verergeren. ‘Ik hou… het… niet… meer vol,’ laat hij me steeds vaker wanhopig weten. ‘O, Kimmie, help me alsjeblieft.’” In Ademloos beschrijft Kim Moelands haar gevecht en dat van haar vriend Ron met Cystic Fibrosis (CF) oftewel taaislijmziekte.    Paaz
             
 “Tom schoot weg, onhoorbaar, lichtvoetig. Drie minuten later was hij alweer terug. Met snelle gebaren maakte hij Patrick duidelijk dat het meisje bezig was in te breken in het museum. Ze had een kelderraampje ingeslagen en het had er alle schijn van dat ze naar binnen wilde gaan.”        “Ik deed zoveel mogelijk om de stemmen te negeren. Ik wilde niet dat anderen zagen dat het zo slecht met me ging. Ik bleef maar doorgaan tot ik gewoon niet meer verder kon. Ik wist het verschil niet meer tussen waan en werkelijkheid. Ik leefde in twee werelden en deed zo mijn best om mijn wereld voor iedereen verborgen te houden.”    “Het heeft een tijdje geduurd voordat ik mijn hoorapparaatje durfde indoen. Zo rond mijn tiende, elfde jaar. Met het gehoorapparaat klonken bepaalde geluiden en muziek ineens wel wat duidelijker. Maar de spraakverstaanbaarheid verbeterde helaas niet zo veel, dus meekomen op school ging nog steeds heel moeizaam.”
             
 

Nooit meer een boek missen?

aanmelden

 
             
 “Het leven met mijn psychische kwetsbaarheid is voor mij lang een strijd geweest tegen de angst, angst om mijzelf te zijn en de moed die het kost om die angst te overwinnen. Daarbij hebben mijn herstelpogingen een belangrijke rol gespeeld. Met mijn verhaal probeer ik duidelijk te maken dat er leven is na de psychiatrie.”    “Ik kan alleen maar geld pinnen bij de Postbank. Alle andere geldautomaten zijn voor mij te hoog.'' Bij het boodschappen doen is zij aangewezen op het huismerk; de duurdere merken staan doorgaans op ooghoogte,” zegt Angelique (35). Angelique’s ooghoogte is lager dan gemiddeld, want zij meet 126 centimeter. Haar man Jan, 38 jaar, is 128 centimeter lang.    “Het is nu drie jaar geleden dat ik mijn eerste psychose kreeg. Sommige mensen noemen het een psychotische episode. Ik stel mij dat voor als een aflevering. Een aflevering uit mijn bestaan, waarin ik totaal omgekeerd en binnenstebuiten leefde. Mijn hoofd hield me voor de gek, kan ik achteraf zeggen. Maar toen had ik geen idee.”    “Achteraf gezien begon ik steeds meer mijn leven in te richten op drinken. Veel dingen overdag doen, zodat aan het eind van de middag de beloning plaats kon vinden door te gaan drinken.”
             
 “Ik werp een blik op zijn gezichtje en schrik enorm. De gedachte dat Job, mijn zoontje, ineens weer kan veranderen maakt me al bang. Dat hij ineens vlijmscherpe tanden zal krijgen en nagels als klauwen. Met mijn verstand weet ik dat dat niet kan, maar mijn gevoel holt er kilometers ver achteraan. Ik zit in een achtbaan van emoties en heb er totaal geen controle over.”    “Ik ben altijd iemand geweest die veel hooi op zijn vork neemt en alles tegelijk wil doen. Een maand voor mijn psychose werkte ik superveel voor een enquêtebureau. Ik moest bij een aantal gemeenten door het hele land enquêtes afnemen. Soms stond ik zelfs al om vijf uur op,” vertelt Sara.     “Wanneer je weet hoe iemand van binnen is, kom je veel dichter bij elkaar. Vanuit jullie standpunt bezien moet de wereld van een autist er wel heel geheimzinnig uitzien. Daarom wil ik jullie vragen: neem een ogenblik de tijd en luister naar wat ik te vertellen heb.”    Hersenonderzoeker Jill Bolte Taylor vertelt in haar boek My stroke of Insight op een humoristische en toegankelijke manier hoe zij haar hersenbloeding heeft ervaren en hoe het haar leven heeft veranderd. 
             
 “Nu ben ik dus honderd procent invalide. De handicap waarmee ik werd geboren heb ik ruim een halve eeuw ontkend. Na een herseninfarct is er geen ontkomen meer aan. Ik ben eindelijk invalide.”    “Ik bijt op mijn tanden en dwing mezelf om aan iets leuks te denken, maar ik kan mijn tranen echt niet meer inhouden. Ik duw mijn gezicht heel diep in mijn kussen, zodat papa en mama niet horen dat ik huil. Liz! zegt ineens een lief stemmetje, heel dicht bij mijn oor. Liz, ik kom je helpen.”    “Mobiliteitstrainer Melissa drukt meteen zo’n wit-met-rode-streepjesstok in mijn hand. ‘Daar kunnen we maar beter meteen mee beginnen,’ zegt ze. ‘Anders wordt de drempel om een stok te gebruiken alleen maar hoger.’ Voor het eerst in mijn leven een ‘blindenstok’ in mijn hand en dan de straat al op: kan het nog wreder?. Wat nog erger is: ik voel eigenlijk meteen al een verschil.”    “Vandaag is het zover, zegt de vader van Angel. Jij pleegt zelfmoord. En ik heb een alibi. De ouders van Angel geloven dat ze een duivelskind is. Ze willen haar ‘genezen’ door misbruik en mishandeling. School schakelt Jeugdzorg in. Maar onder de ogen van een gezinsvoogd en een maatschappelijk werkster gaan de meest wrede vernederingen gewoon door.”
             
 “Een vrouw, ze heette volgens mij Julia, kwam naar me toe en zei dat ze nu naar huis ging en dat ik misschien ook mee moest gaan voor er iets gebeurde en of ik misschien een taxi wilde delen. Maar ik wilde dat er iets gebeurde, dat alles gebeurde.”    “Ik kreeg steeds meer geheimen. Dat ik elke dag twee keer of vaker stofzuigde, soms op de gekste tijden, gewoon om dat ik dat moest van mezelf, zei ik tegen niemand. Diep in mijn hart wist ik best wel dat het vreemd was.” Openhartig vertelt Claudia over haar dwangstoornis en hoe zij die overwon.    “Ik nodig je uit om in de huid te kruipen van Anne en Marie en een kijkje te nemen in het dagelijks leven van twee jongeren met een beperking. Enerzijds is hun leven daardoor fundamenteel anders dan dat van iemand zonder handicap. Maar anderzijds is jouw leven vergelijkbaar met dat van hen, omdat iedereen vroeg of laat te maken krijgt met voorspoed, geluk, vragen en moeilijkheden.”     “Ik ben nooit onderzocht op Asperger. Maar dat is oké. Ik heb geen officiële bevestiging nodig van wat ik al weet. Wat ik wel nodig heb is meer informatie om mijn dochter te kunnen helpen, om mijn eigen groei te bevorderen, om het publiek meer begrip voor Asperger te kunnen bijbrengen.” 
             
     

Nooit meer een boek missen?

aanmelden

    
             
 “Ik ben verdrietig. Ik zou willen dat ik een engel was geweest die er altijd voor je was (…) Maar ik ben geen engel, ik ben Isa. En daarom huil ik. Omdat ik zielsveel van je hield en houd. Omdat ik had gehoopt dat wonderen wel bestaan en dat we nu samen op een bankje met een glas wijn in de zon zouden zitten en intens veel van elkaar zouden houden. Tot de dood ons scheidt.”    “Ik combineer het nuttige met het aangename en licht mijn slechtziendheid nog maar eens toe. Mijn visuele mankement is voor anderen namelijk bij uitstek een interessant gespreksonderwerp. Voor mijzelf geldt dat uiteraard niet: ik wil ook wel eens een vrije dag. Geduldig leg ik uit: ‘Als je me op straat gedag zegt, is het prettig als je zegt wie je bent of als je naar me toekomt, anders weet ik niet wie je bent.’ Zo, dat is eruit, ik verander snel van onderwerp.”    “Toen ik op een ochtend uit onrustige dromen ontwaakte, heerste in al mijn ledematen een misselijkmakende slapte, ik kon mijn hoofd niet meer recht op mijn nek houden en bij het aankleden had ik nauwelijks de kracht om de rits van mijn spijkerbroek dicht te trekken.”     “Plotseling is de lucht vol geluid. Gierende banden, piepende remmen, een harde klap, een schreeuw, en dan niets meer. ‘Wat gebeurt er?’ vraagt Dump verschrikt. ‘Ik… ik weet het niet.’ Jasmijns knieën trillen. Haar hart bonst in haar keel en het duurt even voor ze in beweging komt.” Op straat ligt, bleek en bewegingloos, haar broertje Tim. 
             
 “In de loop van de tijd zijn er veel ziektebeelden bedacht voor mijn vaders ziekte. De term schizofrenie is gevallen, omdat hij stemmen hoort en omdat hij af en toe denkt dat hij proefkonijn is van de wetenschap. Vlak na mijn geboorte, was hij voor het eerst depressief. De term manisch depressief viel toen ik op de middelbare school zat. Daarna werd hij eigenlijk volledig psychiatrisch patiënt.”        “Ik trap, ik ga omhoog. Ik trap, ik ga omlaag. Het lijkt alsof de hele wereld beweegt en ik in een ruimte van stilte woon. Ik val. Het moet in de hemel zijn. Het asfalt is kokend heet en zacht. Ik zak weg. Ik verzink. Niets bestaat meer. Geen ik. Geen geluid. Geen pijn. Geen gevoel. Alleen nog maar zweven in een luchtledige atmosfeer. Er is niets, helemaal niets, dat er op wijst dat ik leef.”    “Ik schrijf soms heftige dingen in dit boek. Ik heb namelijk besloten om uit de schaamte te treden. Daarom heb ik er ook heel bewust voor gekozen geen pseudoniem te gebruiken: een pseudoniem zou hypocriet zijn. Ik weet dat mijn mening niet door iedereen gedeeld wordt en dat wat ik in dit boek schrijf als schokkend of als te vergaand kan worden ervaren. Hoe het ook zij, ik heb er geen kwade bedoelingen mee, naar niemand toe.” 
             
 “Ik begin me steeds eenzamer te voelen. Sommige mensen lijken wel ‘allergisch’ voor mensen met wie het minder goed gaat. Als ze me vragen hoe het gaat en ik zeg ‘goed maar in therapie’ dan weten ze soms niet hoe snel ze weg moeten rennen of hoe snel ze van onderwerp moeten veranderen.”    “Mijn opleving heeft precies twee dagen geduurd. Apathie heeft zich weer van mij meester gemaakt. Ik voel mij niet goed. Ik denk dat anderen zien wat ik voel. Deze gedachte maakt mij enorm angstig en radeloos. Ik besluit tot een volledig isolement.”    “Mijn nachtmerries werden geleidelijk aan heftiger. Ik werd steeds vaker luid roepend en gillend wakker, compleet gedesoriënteerd en zeiknat en stinkend van het angstzweet. De eerste tien tot twintig daaropvolgende seconden waren verwarrend en beangstigend; meestal wist ik niet waar ik was.”    “O, de geur van de wereld voor hen die daar geen deel aan hebben. (…) Het is een cocktail van subtiele en oneindige deeltjes, beter dan het melange van meesterparfumeurs, een mengsel van leven en verval, van groei, damp en wildernis, van hitte, stof, bloemen en bladeren, asfalt, auto’s, aarde, steen en sterren.”
             
 “‘Over vanmiddag…’ fluister ik. We praten en hij zegt dat hij het heel moeilijk te begrijpen vindt. ‘Heb jij nooit dood gewild dan?’ vraag ik in het donker met een muizenstemmetje. ‘Nee,’ zegt hij. ‘Dat kan ik echt niet begrijpen. Dat is niet normaal, hoor.’ Ik vind het wel normaal, eigenlijk is het heel diep vanbinnen mijn default setting.”    “‘Sinds een tijdje heb ik last van vage buien. Vanuit het niets voel ik me wazig, duizelig en bang. Het lijkt net alsof ik de controle over mijn lichaam verlies. Dit voelt heel eng en niet vertrouwd, geen idee waar het vandaan komt en wat ik eraan kan doen.’”    “Na mijn ongeval behandelen mensen me anders. Vaak met de beste intenties, maar toch. Het voelde voor mij heel vervelend. Ik kreeg wel eens de vraag: ‘Moet ik jou nu gehandicapte, iemand met een beperking of rolstoeler noemen?’ Ik zei dan altijd: ‘Noem mij maar gewoon Jaap.’”    “Vanaf dat moment neem ik me voor om nooit meer iets over het ongeluk te vertellen. Als ik vertel over mijn ongeluk, richt ik de aandacht op mezelf, inmiddels heb ik geleerd dat ik dat niet moet doen. (…) Maar ik dacht altijd dat mensen, vooral hulpverleners, het interessant vonden om iemand met zo’n waargebeurd verhaal te ontmoeten.”
             
 “Op een morgen zit Michiel huilend aan de keukentafel. ‘Wat scheelt er, schatje?’ vraag ik. ‘Mama, op school zeggen de groten dat ik doodga als ik twaalf ben. Is dat waar?’ Mijn hart bloedt voor mijn kind. Wat moet ik hem in godsnaam vertellen?”    “Ik dwaalde vaak door het huis, ontroerd door het feit dat iemand hier alles in het werk had gesteld om een plaats te creëren waar hij zich veilig en behaaglijk kon voelen. Nu was alles ontwricht, de man, het huis, de wereld.”    “Ik vraag me dan steeds af of dit het allemaal wel waard is, hè. En ik heb zelfmedelijden, dat helpt ook niet. Waarom heb ik dit? Ik ben iedere keer zo kwaad op mezelf, ik vind het zo stom dat ik angst heb. Ik weet dat dat niet helpt, maar ja, hoe verander je dat? Hoe accepteer je zoiets?”    “Annes gezicht kleurt nu rood van woede. ‘Zo komt er op de volwassenenafdeling bijvoorbeeld een fucking professor. Ja, moet je horen.’ Ze tilt haar hoofd van de bank en haar lichtblauwe ogen staan fel. ‘Van hem had ik een ruggendrain. Hij vraagt: ‘Heb je weleens een hersendrain gehad?’ Hij had ‘m verdomme zelf vervangen.’” 
             
 “De diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis zette mijn wereld op z’n kop. Een persoonlijkheid heb je en houd je en dus heb en houd je ook een persoonlijkheidsstoornis, was mijn redenering. Het was alsof ik een vonnis voor de rest van mijn leven had gekregen.”    “Brigitte kan helemaal niets, maar tegelijkertijd ook alles. Want ze kan mensen op haar manier opbeuren, vrolijk maken en vooral laten voelen. Door haar ogen, haar lach, door haar puurheid. Brigitte kan warmte en liefde in mensen planten. Soms hebben die niet meteen in de gaten dat Brigitte zaadjes verspreidt, maar als die eenmaal gaan ontkiemen, is er geen houden meer aan.”    “‘Hoezo soepel? Heb je gewoon gelopen waar de dokter bij was? Besef je wel dat ik nu een enorme flater sla?’ Ik werd overspoeld met verwijten. Dit was niet het enige probleem, tijdens deze ondervragingen werd ik telkens rood. (…) ‘Waarom krijg je nu zo’n kleur? Ben je de boel aan het besodemieteren?’ Ik ontkende en zei dat ik echt ziek was. ‘Als ik erachter kom, ik maak je af.’ Doordringend keek ze met haar donkere ogen naar mij.”    
             
         
             
             
             
             
             
             
             
REËLLE TWITTERT
VOLG REËLLE